Nieuws:
------21-10-2013------
*Karakter toegevoegd

 

 

 

 



Geschiedenis van de Saarlooswolfhond

 

Leendert Saarloos (1884-1969) is geboren en getogen in Dordrecht. Hij was lange tijd scheepskok, tot dat hij wegens gezondheids problemen aan wal bleef. Leendert Saarloos was een liefhebber van de Duitse herder. Maar hij sprak wat smalend over ‘kwekers van sierhondjes’ als hij het over hondenfokkers had. Hij stelde zich het doel om de natuurlijke eigenschappen van de Duitse herder weer terug te fokken. Hij kocht een Duitse herder reu Gerard van Fransenum. Gerard was een afstammeling van honden die tijdens de eerste wereldoorlog in het leger gediend hadden voor het rode kruis.

Rond 1925 begon dhr Saarloos met zijn experiment en zette Gerard van Fransenum op de wolvin Fleur. Deze Europese wolvin kwam uit de Rotterdamse diergaarde Blijdorp. Hij wilde zo een ras creëren zonder erfelijke degeneratie fouten. Het was de bedoeling om zo een hond te creëren met de werklust van de Duitse Herder en het uithoudingsvermogen en kracht van de wolf.

Na een strenge selectie leverde het tweede nest van Gerard en Fleur een teefje op die terug gepaard kon worden aan de stamvader Gerard. Zo werd de eerste basispopulatie van kwart-wolven gelegd. Deze nakomelingen kregen de naam Europese wolfhond. Deze honden bleken moeilijk af te richten. Dit kwam omdat de aanvals drift volledig ontbrak. De vluchtdrift van de wolf bleek erfelijk dominant over de aanvals drift van de Duitse herder. Dit was iets waar Dhr Saarloos geen rekening mee gehouden had.

In 1942 probeerde Leendert Saarloos zijn kruising te laten erkennen als Rashond door de Raad van beheer. Dit werd afgewezen omdat de honden te weinig homogeniteit vertoonde en van enige werklust was weinig te merken. Hij liet zich hierdoor niet uit het veld slaan en begon te selecteren op werkcapaciteiten. Eind jaren 50, begin jaren 60 bleken enkele honden geschikt als speur- en reddingshond. Sommige honden werkten zelfs bij de Recherche van politie Dordrecht. De voorzichtige aard van de honden maakten ze ook geschikt als blindengeleidehond.

LeendertSaarloos selecteerde zijn honden op karakter en dienstbaarheid. Het uiterlijk was voor hem van ondergeschikt belang.

In 1963 werd onder druk van een aantal liefhebbers opnieuw een wolvin ingebracht. Deze wolvin kwam net als de eerste wolvin uit Diergaarde Blijdorp en kreeg ook de naam Fleur. Hij paarde deze wolvin aan de wolfhond Yro van de kilstroom.

De pups uit deze combinatie werden ondergebracht bij liefhebbers, maar al gauw bleek dat deze honden niet geschikt waren als huishonden. Eén pup hier van, valpar van de kilstroom, had hij zelf gehouden. Hij zette deze reu in om wat meer homogeniteit te geven, maar door de invloed van de wolf werd de schuwheid van de wolf ook weer groter. Hierdoor verloor het ras zijn werkkwaliteiten en werd ongeschikt als speur- en reddingshond. Door het steeds drukker wordende verkeer werd de Europese wolfhond tenslotte ook ongeschikt als blindegeleidehond.

In 1975, zes jaar na de dood van dhr Saarloos, werd het ras Erkend door de Raad van beheer. De naam veranderde toen van Europese wolfhond naar Saarlooswolfhond.

 

#