Nieuws:
------21-10-2013------
*Karakter toegevoegd

 

 

 

 



Socialisatie

 

Socialisatie heeft als doel het sociaal functioneren binnen een groep. De hond moet weten wat mag, kan en moet binnen zijn roedel. In de natuur is dat heel belangrijk, omdat daar het voortbestaan van de roedel en soort vanaf hangt. Alles draait om de groep/collectief en het individu is daar ondergeschikt aan. De hond heeft daarvoor een erfelijke aanleg mee gekregen. Deze aanleg moet zo goed mogelijk benut worden om een sociaal functionerend roedel/gezins-lid te hebben. De inhoud van deze aanleg wordt bepaald in de eerste weken van zijn leven.

 

Nadat een hond geboren is, doorloopt hij verschillende fases/periodes tot volwassenheid. Net als wij mensen ook bepaalde periodes doorlopen tot wij volwassen zijn. Kinderen gaan op een bepaalde leeftijd naar school om te leren rekenen, taal enzovoort. Wetenschappelijk is gebleken dat er bepaalde periodes in een mensen leven zijn waarin wij extra gevoelig zijn voor bepaalde leerprocessen. Door van die periodes gebruik te maken ontwikkelt een kind zich gemakkelijker en completer. Uit onderzoek is gebleken dat dit voor honden ook geldt.

 

Het is daarom belangrijk voor fokkers en eigenaren om deze fases/periodes te herkenen en te begrijpen. De eerste fases herkenen de meeste mensen wel, maar de daarop volgende meestal niet.

 

FASE 1: NEONATALA FASE

Die begint als de pup geboren wordt tot ongeveer 12 a 14 dagen.
Voor de pup zijn er maar twee dingen belangrijk namelijk eten en slapen.
Zijn lichaamstemperatuur kan hij nog niet zelf regelen . De pup wordt doof en blind geboren maar zijn neus werkt wel.
Als er al toekomstige eigenaren gevonden zijn is er nu een kans om met geuren te werken en die in het nest te leggen bijvoorbeeld een zakdoek met de geur van de toekomstige eigenaar erop.

Dit is een ideale fase om de pups af en toe vast te pakken. De pup kent nu nog geen stress en ruikt wel al dat dit niet zijn moeder is.
De pup kan nu al leren om zonder stress met mensen om te gaan.

 

FASE 2: OVERGANGSPERIODE (13 TOT 21 DAGEN)

De oogjes gaan nu langzaam open en de hondjes gaan horen. De pup gaat licht en donker zien en rond de 19 de dag gaat de pup horen.
De lichaamstemperatuur kunnen ze nu ook zelf regelen.
En de eerste tandjes zijn zichtbaar.

 

FASE 3: BEWUSTWORDINGS PERIODE (21 TOT 28 DAGEN)

In deze periode leert de hond dat hij een hond is .
De pup ziet zijn nestgenoten en kan ze nu ook horen.
De zintuigen zijn dan ineens volledig aanwezig en dat kan binnen 24 uur gebeuren.
Dat is voor een pup niet niks en daarom is het voor de fokker van groot belang te weten dat die dagen heel stabiel moeten zijn.
Het nest dan ook NIET te verplaatsen.

Deze fase valt samen met de socialisatie periode.

 

FASE 4: SOORTGERICHTE SOCIALISATIE (21 TOT 49 DAGEN)

Deze fase noemen we ook wel de eerste socialisatie periode.
In deze fase leert de hond zich als hond te gedragen.
Dit leert hij doordat hij ziet en voelt wat zijn gedrag en het gedrag van nest genoten tot gevolgen heeft.
Hij leeft hoe hard hij kan bijten en hoe het voelt om gebeten te worden .

Ze oefenen nu hun bijtrem.
Ze leren hoe je een andere pup kunt laten stoppen met bijten als je niet wilt dat je gebeten worden.
Ridderlijkheidsinstinct.

Een pup die geen nestgenoten heeft leert dit niet.
In deze fase blijft het belangrijk dat pup sociale contacten legt met mensen.

 

FASE 5: OMGEVINGSGERICHE SOCIALISATIE (49 TOT 84 DAGEN OF WEL 7 TOT 12 WEKEN)

Dit wordt ook wel de tweede socialisatie periode genoemd.

Veel mensen maken de vergissing dat dit het zelfde is als soort gerichte socialisatie.
Dat is het echt niet!
Soort gerichte socialisatie (21 tot 49 dagen/ 3 tot 7 weken)is er op gericht wie ben ik en tot welke soort hoor ik.
Daarom zijn mensen in deze socialisatie periode erg belangrijk.
Omgevings gerichte socialisatie( 7 tot 12 weken) is wat behoort er tot mijn wereld.
De pup moet leren wat er tot zijn wereld behoort om later tot een stabiele gezins hond te worden.
Deze periode is bijna niet meer in te halen.
De hond leert nu kennis te maken met dingen in huis zoals stofzuigers, wasmachine's, föhn enzovoort en leert kennis maken met
dingen buitenshuis zoals auto's, fietsers, wandelaars, paarden, koeien, katten, enzovoort, enzovoort.
Hoe meer je de pup kennis laat maken met verschillende dingen hoe beter de pup later met deze en soortgelijke dingen kan om gaan

Hoe werkt dat nu?

Een pup heeft een harde schijf.
Op die harde schijf moet binnen vier a vijf weken zoveel mogelijk op te komen staan.
Alles wat hij ziet, ervaart en hoe er gereageert is zet hij op die schijf.
Als hij later iets tegen komt dan zet hij zijn computer aan en gaat op zijn harde schijf zoeken naar dezelfde ervaring of gelijke ervaring en of deze goed of slecht waren.
De hond zal dan met of zonder angst reageren, afhankelijk van de ervaring of die hij op zijn harde schijf heeft gezet.
Na deze periode wordt het steeds moeilijker om nieuwe ervaringen op die harde schijf te zetten.
Hoe ouder men wordt hoe moeilijker het wordt om nieuwe ervaringen positief te ervaren.

Van 5 tot 7 weken is de pup vrij en lijkt nergens bang voor.
Dit gaat veranderen in de 8ste week, dan wordt de pup gevoeliger voor angst.
De meeste pups worden met de 8ste week geplaatst net in die gevoelige periode.
Het zou beter zijn voor de pup als hij net voor de achtste week naar de nieuwe eigenaar toe zou gaan.
De pup kan nog vrij zijn nieuwe omgeving verkennen zonder de eerste angst gevoelens aan te gaan in een nieuwe omgeving.
De pup zou ook later geplaats worden dan 8 weken, maar dat kan alleen als de fokker tijd genoeg heeft om veel met de pups
te doen.

In deze periode kun je de pup al veel leren welk gedrag gewenst is door hem te prijzen voor het juiste gedrag en negeren voor het ongewenste gedrag.
Straffen in deze periode is uit den boze!
Dit omdat het een gevoelige periode is.
Let wel dat soortgenoten een pup nooit zouden straffen maar ongewenst gedrag negeren.

 

FASE 6: is de eerste periode dat de angst sterk inwerkt. Deze periode overlapt de omgevings gerichte socialisatie.

 

FASE 7: RANGORDE PERIODE (13 TOT 16 WEKEN)

In deze periode gaat de pup kijken hoe ver hij kan gaan.
Hij gaat uitproberen wat zijn rang is in het gezin en of hij hoger op kan komen.
Dit doen ze door middel van kleine dingen zoals stoeispelletjes, hoe hard kun je iemand bijten enzovoort.
De rangorde regels moeten nu in acht genomen worden.

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat honden die consequent opgevoed werden zonder lichamelijke en geestelijke straffen stabielere honden werden.
Honden die nooit gestraft werden (niet lichamelijk of geestelijk) en verwend werden onhandelbare honden werden.

Het woord consequent betekend volgens een vast plan, op dezelfde manier als eerder.

 

FASE 8: VAN DE BENEN NEMEN (4 TOT 8 MAANDEN!)

Dit is de fase waar veel honden eigenaren de fout in gaan.
De hond gaat nu zijn eigen weg en is ineens oost indisch doof.
Alles wat ze geleerd hebben thuis of op de hondenschool doen ze niet meer.
En de ooit zo gewillige pup die overal mee naar toe liep en zich liet optillen gaat nu zijn eigen weg.
In deze periode wordt de omgeving veel leuker dan de baas.
Hij hoort de baas niet en ruikt geurtjes die hij wil gaan ontdekken.

De manier hoe je nu omgaat met je pup is heel belangrijk!!

De baas gaat achter de hond aan als deze merkt dat de hond niet meer reageert zoals hij gewend is.
De pup merkt dat en denkt leuk samen jagen of op onderzoek uit gaan en zet er vaart achter.
Tot grote woede, frustratie van de baas.
Tegen de tijd dat we de pup hebben ingehaald zijn we moe en boos.
De pup begrijpt de reactie van de baas niet. Het enige wat hij geleerd heeft is dat bij de baas terug komen niet leuk is.

Conclusie: Leer de hond dat het bij jou altijd leuk is ook al komt hij niet direct. Ga nooit schelden en wordt niet boos maar blijf kalm .
Als de hond bij jou komt is het leuk. Zorg er voor dat jij leuker bent dan de omgeving.

In deze periode beginnen de tandjes te wisselen.
De hond gaat om de pijn te verzachten in dingen bijten (denk aan onze baby's)
wordt niet boos en bedenk dat het kan komen door het wisselen.
Geef de pup veel dingen om te kauwen bijvoorbeeld de kong (uit de vriezer of gekoeld)

In deze periode neemt ook de angst weer toe, dus begeleid de hond goed.
Vooral natuurrassen waaronder de Saarlooswolfhond kunnen weer terug vallen in angst.
Situatie's en dingen waar ze mee gesocialiseerd zijn kunnen ze nu wat angstiger op reageren.
Begeleid je hond goed!

 

FASE 9: DAT DE TWEEDE ANGST STERK INWERKT (6 TOT 14 MAANDEN)

De hond bevindt zich in een groeipiek.
De hond is gevoelig voor angstige ervaringen en heeft een stabiele omgeving nodig.
Op nieuwe dingen en situatie's kan de pup weer angstig reageren.
Naar mensen toe kan hij wat terughoudender worden.
Je mag deze periode absoluut niet onder erkennen.
Ondersteun je hond niet door hem toe te spreken of te aaien, waardoor je hem beloond.
Onderneem veel met je hond en begeleid hem door alles wat je met hem doet.
Oefen geen druk uit!

 

FASE 10: GROEI NAAR VOLWASSENHEID (1 TOT 3 JAAR)

Afhankelijk van het ras en de grootte van de hond zal hij lichaamelijk en geestelijk volwassen worden
Het lichaam vormt zich vaak het eerste .
Agressie neemt nu ook toe en de rangorde wordt opnieuw getest.

Blijf geduldig, kalm en consequent.

De Saarlooswolfhond en ook andere natuurrassen doorleven de meeste fases intensiever en langer dan de doorsnee honden.
Hou daar rekening mee.

Wetenschappelijk is aangetoond dat gedrag van honden kan afnemen als tot het tijdstip van sociale volwassenheid geen voortdurende mogelijkheden worden aangeboden tot gedragsorganisatie
(geleerde in de socialisatie)

Wat betekend dit voor eigenaars?

1 Langdurig verblijf in een kennelomgeving voordat de puppy zes maanden is en waarschijnlijk zelfs tot 12 maanden oud, is schadelijk

2 Pups die aanvankelijk door een positieve associatie met mensen ontwikkeld zijn en vervolgens verhuizen naar een huishouden met personen van een ander geslacht, gezin zonder kinderen, kunnen hun positieve associatie door de afwezigheid van prikkels verliezen.

3 Tijdens de eerste weken van hun leven leren puppies andere honden zoals hun moeder en nestgenootjes associëren met positieve emotie, maar zodra ze het nest verlaten, worden geplaats in een nieuwe omgeving zal deze verminderen. Behalve als blootstelling aan andere honden wordt voortgezet.

4 Fokkers die een puppy terug nemen van een eigenaar voor de leeftijd van zes maanden, dienen zich te realiseren dat de gedragsorganisatie (geleerd tijdens de socialisatie) kan afnemen als de pup een aanzienlijke tijd in een kennel geplaats wordt. Dit geldt ook voor een asiel.

5 Alle puppy eigenaren dienen consequent de gedragsorganisatie (geleerde in de socialisatie) te versterken.

 

#